Bijzonder. Gastblog van Sanneke van Hasselt

Bijzonder

vreemde vogels groot(10)

Verhalenjuf.

Ik kwam er achter toen ik eventjes bij de onderbouw aan het buurten was waar broertjes en zusjes van mijn Grote Hummels zitten.
Verhalenjuf, word ik stiekem genoemd.
Oeh, wat voelt dat goed!
Hebben we een verloren moment in de klas, dan kijken ze me verwachtingsvol aan.
Ik speel mee, kijk bezorgd op de klok of er wel tijd is.
Twijfel.
En schuif dan mijn stoel naar het midden van de klas.
Ze gaan er eveneens voor zitten.

“Verzonnen of echt?”

“Echt, juf!”

En ik verhaal over onze slimme kat die mij muizen liet jagen, over de avontuurlijke speurtocht die mijn broer voor me uitzette tijdens Sinterklaas, over gekke leraren op mijn middelbare school. Ik vertel over de elfenbankjes in het park, over zoektochten naar stripboeken temidden van een orkaan en over dromen die soms uitkomen.
Ik zie de gezichtjes.
Ze reizen mee in de tijd, nemen de beelden in zich op. Ze denken dat ik hen een plezier doe, maar ik doe mijzelf evengoed een lol: ik kom uit een familie met een sterke verhalentraditie. Er is niets mooiers dan het delen van de betovering.
Als ik dan vertel over die ene merel die begon te zingen net nadat ik wakker werd uit een bijzonder mooie droom, hoor ik een diepe zucht.

“Juf, uw leven lijkt wel een boek!”

Ik grinnik.

“Hoe komt het dat wij dat niet meemaken?”

Och jee. Die vraag ken ik van vroeger: op de middelbare school schreef ik dagboeken vol met de meest krankzinnige uitspraken en gekke dingen die er gebeurden, met beschrijvingen van bloemen, dromen en regenbogen op bijzondere momenten. Was ik dan eens een dagje ziek en vroeg ik of er nog iets moois gebeurd was, dan was het antwoord steevast: ‘Nou, nee….niets.’

Ik leg het uit.”Je maakt het wel mee. Je let alleen soms op andere dingen en dan vergeet je juist dat mooie moment snel. Maar ik heb veel opgeschreven in die tijd, de dingen die ik graag wilde onthouden.”

“Maar ik maak nooit wat mee!” Is het protest. Herkenbaar van kinderen die weinig tijd meer hebben om even lekker te niksen.

En toch…

“Echt?” Vraag ik nog eens. “Wat vertelde je me nou ook alweer over die schelp die je gevonden had?”

Even wordt er nagedacht. Ogen worden groot. “Ik kon de zee horen! En nu heb ik altijd de zee bij me, ook als we niet op vakantie gaan!”

Het is alsof alle stofwebben worden weggeblazen. De een na de ander gooit een vinger omhoog met een mooi verhaal over belletje trekken waar het mis ging, een prachtige panna tegenover een groep 8 leerling, een heksenkring gevonden hebben, die ene mooie steen die net in het water lag toen de zon erop scheen.

Ze pakken hun eigen boek op en delen het gretig.

“Wauw, jongens, wat een prachtverhalen!”

Ja, dat vinden ze nu eigenlijk ook wel.
Met opgeheven hoofd gaan ze naar huis.

De volgende dag vind ik een verzameling prachtige kiezels op mijn tafel.

Zelf gevonden.
Op het schoolplein.
En nu mogen ze bij ons in de vensterbank net zo hard stralen als de kinders die hun Bijzonder gevonden hebben.

 

(dit is het tweede gastblog in de blogronde)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *