Liedewijalles

Lijsters zingen graag een lied
en als je dan
niet zingen kan
heb je veel verdriet.

L_001 (566x800)

De kleine lijster Liedewij
hoorde er niet bij.

Ook al deed ze zo haar best
het zuiver zingen goed te leren,
ze klonk anders dan de rest
dus ze stopte met proberen.

L_002 (566x800)L_003 (566x800)

Geen fraaie klank of mooie triller
Liedewij werd steeds maar stiller.

L_004 (566x800)L_005 (566x800)

Totdat ze ontdekte
dat anderen haar gekte
wel een beetje grappig vonden
dat was een pleister op haar wonden.

L_006 (566x800)L_007 (566x800)

 

Ze ging grapjes maken, imiteren,
ze hoefde dat niet eens te leren.
Het zware krassen van de kraai,
de zachte G van de Vlaamse Gaai.

liedewijL_009 (566x800)

 

De kraai had zich verdedigd.
Hij voelde zich beledigd.
Kraaien vonden lijsters
toch al zulke eigenwijsters.

Maar de Vlaamse Gaai
gaf Liedewij een aai,
omdat hij wel zag
wat er diep van binnen lag:
een smeulend hoopje smart
dat verstopt zat in haar hart.

L_010l_011

Waarom zing je niet, vroeg hij
aan de kleine Liedewij.
“Ik doe het toch altijd verkeerd!
Ik krijg dat zingen nooit geleerd.”

De gaai zei, “Dat geloof ik niet,
in jou zit een prachtig lied.
Luister naar een oude gaai
en maak weer vriendjes met de kraai.
Hij weet alles over falen
en kan jouw lied naar boven halen.

l_012L_013

 

Liedewij stond niet te dringen
“Kraaien kunnen toch niet zingen!”

De gaai zei:
“Ik dacht dat jij was uitgekeken
op die domme lijsterstreken:
beter zijn dan anderen,
nooit eens iets veranderen,
bang zijn voor mislukken,
dat zijn echte lijster-nukken.”

Met schaamrood op de kaken
ging Liedewij weer vriendjes maken.
“Ik zal mijn best doen! Echt!
Ik doe alles wat je zegt.
en zelfs al ga je fluisteren,
ik zal niet Lijsteren, maar luisteren.”

De kraai had al meteen een test:
“Doe eens een keertje NIET je best.
Weet je wat het is met jou,
je wil het veel te mooi, mevrouw.
En wat ik daardoor bij je mis:
je zingt niet wat er van binnen is.”
Dus ook al vind je dat wat raar,
schreeuwen, roepen, krijsen maar!

Liedewij begon heel zacht
maar langzaam kreeg ze steeds meer kracht.
Haar stem klonk door het hele bos
ze schreeuwde al haar woede los.

En toen, na een paar keer slikken,
kwamen ook de eerste snikken.
Zo huilde Liedewij haar verdriet
tot een heel bijzonder lied.

Niemand had zoiets ooit gehoord
en er bestond niet eens een woord
dat de klank beschrijven kon
waarmee Liedewij de harten won.