hoe verzin ik een naam?

Schrijven kan ik.

Dat durf ik inmiddels wel te zeggen.

Maar titels en namen?

Pffff!

Vreselijk vind ik het.

Het moet niet alleen mooi, maar ook pakkend, makkelijk te onthouden, Het moet de lading dekken. Mens! Wat een eisen allemaal.

Ik weet al niet eens maar wat de allereerste naam was die we hadden. Zo slecht dat ik hem expres vergeten ben, denk ik.

Rijke fabels bedacht ik daarna. Ik vroeg het aan een namen expert, en die zei: “Nietszeggend!” Ja, en dan ben je uitgepraat. En ik vond de woordspeling nog wel zo leuk. Niet het Rijk der Fabels maar Rijke Fabels.

Bewonderbeest, had ik intussen ook bedacht, en ik vond het een gaaf woord. Sowieso voor een fabel, maar misschien ook wel voor onze uitgeverij.

“Nee, das niks!” kregen we te horen. Dat beest is niet goed. En het woord bewonderen vonden ook minder goed passen bij onze fabels.

Verwonderen paste beter.

Verwonderverhalen. Dat allitereert mooi.

Maar het woord verhalen is te breed. Daarbij kun je ook denken aan verhalenvertellers, en (god verhoede het) aan storytelling.

We hebben het hier over boeken.

Een speciaal soort boeken. Met verhalen over dieren, met een boodschap. En dat heet fabels.

Verwonderfabels, dus.

Dat verwonderen is belangrijk. Want in ouderwetse fabels is de boodschap moraliserend. En daar willen we ver weg van blijven. Onze boodschap is alleen maar bemoedigend. En iedereen mag het invullen zoals die wil. Er moet ook verwondering kunnen zijn.

Dus die wordt het.

VERWONDERFABELS