Schrijven is soms ook knutselen

Ik ben ‘LIVE’aan het schrijven.

Ik herschrijf het verhaal van de kameel in dichtvorm, en ik doe dat hier. Alles wat ik toevoeg en verander doe ik rechtstreeks online.

In dit blog geef ik commentaar.

Het verhaal van de kameel bestond al een tijd. Het is een parabel. Voor mezelf geschreven.

Ik heb een tijdlang gedacht dat ik onafhankelijk moest zijn voor waardering van buitenaf. Ik had last van die dorst naar erkenning, daar wilde ik van af. Totdat ik ontdekte dat dat helemaal niet kan. En ook helemaal niet hoeft.

Dus schreef ik over een kameel die geen dorst wilde, en daar spijt van krijgt.

Ik had dus een god nodig, die eigenschappen uitdeelt. Dat idee heb ik ‘gejat’ van Watership Down. Daar komt een gelijksoortig verhaal in voor. Daar is het Frith, die de rol van god speelt.

Ik wilde een zelfde soort mythe-achtig gegeven.

Dus ik begon met

Lang geleden, toen deze mythe
nog een klein verhaaltje was,
voelde de poes nog zonder sprieten
en liep de vis nog op het gras.

Want alle dieren, ja echt waar,
leken toen nog op elkaar.

Ik weet niet meer waarom, waarschijnlijk in een opstandige bui, waarin het anders wilde doen, bedacht ik dat niet de schepper zelf, maar zijn dochter bedacht dat alle dieren iets speciaals moesten krijgen. (De god die wij hebben heeft al een zoon, dus een dochter vond ik wel eerlijk.)

De Schepper vond dat nog al fraai
ordelijk en elegant.
Maar zijn dochter vond het saai
en nam het heft in eigen hand.

Want steeds hetzelfde is maar stom
net als elke dag patat.
Ze wilde andersom
dat elk dier juist iets anders had.

Dus opende ze een winkel, waar je zonder te betalen
eigenschappen af kon halen.
Dat werkte als een tierelier

want zelfs zonder het te snappen
wilde elke dier
ook wel eigen schappen.

En nou wordt het leuk. Want ik heb een heuse illustrator. En niet alleen mijn woorden maar ook de beelden vertellen het verhaal.

Dus voordat ik naar de kameel ga, kan ik eerst allemaal andere dieren de revue laten passeren.

Het lukte me eenvoudig niet om bij elk dier een rijm te bedenken. Dus maakte ik het mezelf makkelijk om per dier één zin te bedenken, eerst een rijmwoord te zoeken, en daar dan een nieuw dier bij te vinden.

De rijmende paren krijgen dan twee tegenoverliggende pagina’s.

De olifant wilde slurpen en heel hard kunnen stampen.

De aap een lange staart om zich mee vast te klampen.

Rino wilde graag een hoorn op zijn neus.

Waarop Tokus riep: “Hé dat was mijn eerste keus!”

De haai wilde hele scherpe tanden.

De zwaan wilde statig op het water kunnen landen.

De kameleon wilde de beste zijn in verstoppertje spelen.

De kat wilde zacht zijn, om zich te laten strelen.

De lijster wilde zo graag heel mooi kunnen zingen.

De kangoeroe wilde heel hoog kunnen springen.

De ijsbeer wilde een bontjas tegen strenge vorst.

En de kameel wilde eigenlijk alleen maar nooit meer dorst.

Ik kon geen ‘neushoorn’ schrijven, want voordat hij die hoorn had heette hij natuurlijk nog niet zo. (PS, Tockus is de officiële naam voor een neushoornvogel, dat hoef ik niet in het boek uit te leggen, dat zie je dan vanzelf op de tekening)

En nu zit ik even vast.

Want die dochter heb ik geen naam gegeven. En er komt een dialoog. En om nu steeds dochter-van-de-schepper  te zeggen ..

Dus ik moet terug naar de introductie van haar om te zien of ik daar niet ergens een naam kan noemen.

En welke naam dan?

wordt vervolgd.

4 mei:  Ze gaat Edda heten. http://nl.wikipedia.org/wiki/Edda

Nu nog die naam ergens introduceren.

5 mei:

En dat is ook gelukt.

Maar zijn dochter vond het saai.

Als ik de maar weg laat blijf ik een goed ritme houden:

Zijn dochter Edda vond het saai.

En dat is vreemd, ik heb een lettergreep meer, en toch loopt het. Misschien moet ik eens iets gaan leren over enjambement.

En

Edda wilde andersom

loopt zelfs beter dan

Ze wilde andersom

Mooi ik kan verder. Ik meld me weer.

Sommige dingen vallen je in. Ik wilde Edda laten vragen naar het waarom van de dorst wegnemen. En terwijl ik bedacht wat er op vraag of vragen rijmde, viel de combinatie : strop-wenkbrauw op  me in. Ik zie nu dat ik heel lui twee keer de combinatie woestijn zijn gebruikt heb. Misschien verander ik dat nog.

Voor nu is het even af. Ik laat het liggen.

Op deze pagina kun je het resultaat zien.

(6 mei)