Zingende zinnen

Mijn vaders hoofd zat vol citaten.

En bruggetjes.

Associaties.

Er kwam dus vaak een versregel uit zijn hoofd rollen.

Und dann werden Sie mich sagen hören “Alle!”

When in doubt, wash!

Die twee zijn duidelijk ingegeven door het feit dat mijn moeder Jennie heette. De bovenste is seerauber Jennie uit de Dreigroschenoper. De onderste is de kat Jennie van Paul Gallico.

Maar er waren ook liedjes van Jaap Fischer, gedichten van Kees Stip of Daan Zonderland, en nog veel meer.

Flarden tekst die ook in mijn hoofd vast gingen zitten.

En later bouwde ik zelf een verzameling. Onbewust.

Mijn grootste wens als schrijver van Verwonderfabels is dat mijn zinnen in iemands hoofd blijven zitten. En er dan af en toe uit mogen.

Daar schrijf ik wel een beetje op. Ik wil graag zingende zinnen maken.

Ik ben nu bezig met het schrijven van het bewonderbeest. Dat krijgt een refrein. (Je moet de hoofden wel een beetje helpen natuurlijk)

Margreet zei me dat ze al beelden kreeg. Geweldig!

Zo heerlijk om met Margreet te werken, en te weten dat het boek schitterend gaat worden. Zo’n boek om te koesteren. Dat koesteren, daar zorgen de tekeningen dan weer voor.

 

Ik geef het refrein weg. Kan die vast in je hoofd gaan zitten.

Zijn boos werd bozer, tot het knapte
en zijn wangen werden nat.
Toen hoorde hij voor het eerst de stem, en Joris snapte
dat die in zijn diepste binnen zat.

Luister goed mijn lieve kind
ik ben het bewonderbeest.
Wat jij nu een mislukking vindt
bewonder ik het allermeest.

Aan het eind van het boek vertelt het beest pas waarom:

Dit is namelijk het geval:
wat je kunt, dat kun je al,
dat is niet zo interessant.
Wat je niet kunt en toch doet,
vraagt uitzonderlijke moed.
Je boosheid en je natte wangen
zijn jouw hartstochtelijk verlangen,
dat is het vuur dat in jou brandt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *